Artikel_DeHelVanHotelPolen_EsmeeBakker (1)

We hebben bericht gehad dat niet iedereen het artikel kan openen door op de link te drukken. Omdat in het artikel ook foto’s zijn toegevoegd wordt wel de tekst, maar niet de foto’s gekopieerd. Hieronder vinden jullie in ieder geval wel de tekst van het artikel.

De hel van hotel Polen door de ogen van mijn opa
Het nachthemd plakte aan zijn zwartgeblakerde rug

 

DOOR: Esmee Bakker

 

9 mei 1977 06:26 – de nachtportier van hotel Polen ontdekte een smeulend vuurtje in de meubelzaak onder het hotel. Hij besloot het vuur eigenhandig te blussen, niet wetend dat deze keuze desastreuze gevolgen zou hebben. Slechts anderhalf uur later zou er van het hotel niets meer overblijven dan een hoop puin. Ingestort en uitgebrand. Een gat in de Kalverstraat, maar ook een gat in Amsterdam. Mijn opa, Bob Bakker, was één van de brandweermannen die 76 van de 109 mensen redde van het vuur. Hij blikt terug op die dag en de nasleep ervan.

 

In 2012 gingen de paragnosten uit het RTL-programma ‘Het zesde zintuig’ naar de plek waar ooit hotel Polen nog stond. Ze moesten raden wat daar gebeurd was in 1977. Stuk voor stuk overviel hen een gevoel van intense vluchtdrang en gevangenschap. Niet alle paragnosten raadden precies dat er een hele grote brand was geweest, maar ze kregen wel allemaal de rillingen en een gevoel van onbehagen.

Toentertijd was hotel Polen één van de grootste hotels in hartje Amsterdam. Het prestigieuze gebouw sierde met haar voorkant het Rokin en met de achterkant de Kalverstraat. De uitstraling was bijna majestueus, ‘Jan Modaal’ zou er volgens oud-directeur Bert Rietveld niet komen. Jarenlang ging het ze voor de wind, tot de smaak van de Nederlander in de jaren ’70 veranderde. Het hotel leidde verlies en werd gedwongen het bijbehorende restaurant te verkopen aan meubeltoonzaal Inden. De zaken waren hierdoor weer op orde. Tot die ene dag, waarop alle herinneringen aan het hotel tot as werden teruggebracht.

“Hotelgasten vielen dood naast mij neer”

Om 06:39 hoorde Bob de bel in de brandweerkazerne aan de Rozengracht afgaan: het ging vermoedelijk om een brand in de Papenbroeksteeg. Met zes man sterk rukte hij uit richting het Rokin. Binnen twee minuten was autospuit ‘Rudolf’ ter plaatse. “Op het eerste gezicht leek het een loos alarm, maar twee vrouwen op het balkon wezen ons op de brand aan de kant van de Kalverstraat,” zegt Bob. De vrouwen stonden vooralsnog in een brandvrij gedeelte en riepen daarom dat de andere hotelgasten eerst gered moesten worden. “Aan de achterzijde van het hotel waren inmiddels al meerdere mensen van vier hoog naar beneden gesprongen, de overlevingsdrang werd hen fataal.”

De snelheid waarmee het vuur zich door het hotel verspreidde was meedogenloos. Binnen een mum van tijd stonden de balkons aan de kant van het Rokin vol met brandende hotelgasten, waarvan velen ook hun dood tegemoet dreigden te springen. De brandweermannen stonden met de handen in het haar. Ze kwamen handen te kort. “Het redden van levens gaat voor het blussen, maar een springzeil strak houden vergt 16 paar handen en die hadden we niet.” Uit wanhoop maande Bob een langsrijdende tram tot stilstand en vroeg hij de inzittenden om hulp.

“Mijn traumateam zat thuis”

Anderhalf uur na de ontdekking van de brand stortte het gebouw aan de kant van de Kalverstraat onverwachts in. Niet veel later gebeurde hetzelfde aan de kant van het Rokin. Een aantal mensen wist er net aan te ontkomen. Bob herinnert zich één van deze mensen nog helder: “Het nachthemd zat geplakt aan zijn zwartgeblakerde rug, maar hij keek enigszins blij. Hij leefde.”

Bob is er resoluut over dat je als brandweerman je gevoel moet kunnen uitschakelen. Het leed en de horror die je dagelijks ziet moet je van je af laten glijden, anders ben je niet geschikt voor het werk. Hij was al 12 jaar in dienst toen de hel van hotel Polen zich voordeed en hij had dus al veel ellende gezien. Toch was hotel Polen voor hem van een heel ander kaliber. “We waren die dag zo machteloos,” zegt hij. “Hotelgasten vielen dood naast mij neer en de geur van verschroeid vlees hing in de lucht.” Op het radioverkeer van die ochtend is meerdere malen te horen dat de brandweermannen verzoeken om de GGD. Er was naast medische hulp ook traumahulp nodig voor de slachtoffers. Maar over hulp voor de brandweermannen zelf werd niet gerept.

Uit onderzoek is gebleken dat ruim 1 op de 10 brandweer- of ambulancehulpverleners een traumatische gebeurtenis nooit goed heeft kunnen verwerken. Door een gebrek aan nazorg kunnen hulpverleners hierdoor ernstige psychische en fysieke klachten ontwikkelen. Brandweerpsycholoog Erik de Soir is hier heel duidelijk over: “Brandweermannen en -vrouwen zijn niet van beton en traumatische ervaringen zijn geen onderwerpen om over te zwijgen.” Om die reden zijn er in 1993 Fire Stress Teams in het leven geroepen om hulpverleners te helpen met de verwerking van trauma’s. In 1977 waren deze teams er helaas nog niet. Mijn opa moest zijn lasten zelf dragen en de gesloten cultuur binnen het brandweercorps droeg daar niet aan bij.

“Mijn traumateam zat thuis,” aldus Bob. Hij kon met zijn vrouw en zoon praten over de dingen die hij meemaakte. Beide waren ze erg betrokken bij de brandweer. “Mijn moeder en ik volgden vroeger op de fiets het waterspoor van de autospuit om de brand te kunnen zien,” geeft zoon Benno aan. Daarna kochten ze er foto’s van bij het ANP aan de Nieuwezijds Voorburgwal om er een plakboek van te maken.

Ondanks de afwezigheid van nazorg heeft Bob de hel van hotel Polen kunnen verwerken. Dat komt volgens hem door zijn karakter, maar grotendeels door de onvoorwaardelijke steun die hij van het thuisfront kreeg. “Ik hoopte altijd maar dat mijn collega’s ook zulke kanjers hadden thuis. Ze sleepten mij erdoor heen.”

De podcast die bij dit achtergrondartikel hoort kan beluisterd worden via de volgende link: https://www.youtube.com/watch?v=3lol5ZNDGzM&feature=youtu.be

 

 

DELEN

2 REACTIES

  1. Bob een mooi geschreven verhaal. Ik zelf ben er pas op dinsdag en donderdag bij geweest. Die zondag (was Moederdag) had ik een teruggave van een ruiling. Ik vond het altijd jammer wanneer ik er niet bij was geweest behalve bij deze brand.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here